![]() |
||
zondag 31 oktober 2010 |
![]() ![]()
|
|
Het landschap van de Duin- en Bollenstreek [1] Zoals eerder vermeld waren vele voorouders boeren. Het landschap in de Duin- en Bollenstreek, dat in de loop der tijden sterk veranderde, is ongetwijfeld van invloed geweest op de omstandigheden waaronder zij leefden en waaronder zij moesten werken. Bovendien heeft U zich vast wel eens afgevraagd waarom veel dorpen in de Bollenstreek op één lijn liggen ? En ook dat veel wegen, de spoorlijn en de Leidse Vaart van het noorden naar het zuiden lopen. En waarom ligt de Loosterweg meters hoger dan het omringende land ? Dat kon ik vroeger goed zien als ik van Lisse naar mijn ‘’verkering’’ in de Zilk fietste. Terug zag ik dat niet, dan was het al donker. Het ontstaan van het landschap zal dit verduidelijken. [2] Circa 10.000-12.000 jaar geleden eindigde de laatste ijstijd. Noord Europa was voor een groot deel met een ijskap bedekt en de kustlijn lag ongeveer waar nu de Doggersbank ligt. De temperatuur ging stijgen en langzaam begon de ijskap te smelten en de zeespiegel te stijgen. Circa 5.000 jaar later wat het zeewater tot onze streek genaderd. Voor onze kust werden strandwallen gevormd, die van noordoost naar zuidwest liepen met daartussen lager gelegen gebieden, strandvlakten.
[3]
‘’Hoe zag Holland er 5000 jaar v.Chr. uit ?
Reconstructietekening
van het landschap in Holland in ongeveer [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] Vijf duizend jaar geleden werden in onze streek, door een kustgericht zandtransport, zandbanken evenwijdig aan de kust afgezet van zuid-west naar noord-oost, zogenaamde strandwallen. Tussen 2850 en 2150 v. Chr. is de meest oostelijke strandwal ontstaan, deze duinen worden de ‘’Oude Duinen’’ genoemd. Daarna hebben zich tot 1550 v. Chr. weer verscheidene strandwallen gevormd. De aangroei van de kust ging door tot in de Romeinse tijd (55 v. Chr. tot 400 n. Chr). Er was een gesloten kust ontstaan, onderbroken door enkele riviermondingen. De kustlijn lag toen op enige afstand ten westen van de huidige kustlijn. Door een overheersende aanlandige wind vond duinvorming plaats. De duinen raakten begroeid met planten, die het zand vasthielden. Zij waren tot tien meter hoog (de hoogte van het stormvloedniveau) en soms meer dan 10 km breed (de Trapjesberg in Hillegom was wel zo’n 15 tot 20 meter hoog [12a]). En zij strekten zich uit tot de rand van de huidige Haarlemmermeer. Tussen de strandwallen lagen zandvlakten. In de laagste delen van de zandvlakten ontwikkelde zich op de vochtige zandbodem een gesloten moerasvegetatie met een begin van veenvorming. Door de veengebieden tussen de strandwallen liepen weteringen welke zorgdroegen voor de afvoer van water naar de Oude Rijn en de Haarlemmermeer. Er groeiden struiken en bomen zoals wilgen, elzen en iepen. Dit zompige gebied was heel moeilijk toegankelijk. [12b] De laagst gelegen delen waren te nat voor weiden, maar door het graven van veel sloten voor ophoging kon er nog hakhout worden gepoot. Elke 7 jaar werd er gekapt, gesorteerd in takkenbossen, bonestaken, paaltjes e.d. De takkenbossen werden door de bakkers gekocht om er hun oven mee te stoken. [13] Het veengebied begon rond het jaar 1000 te verzanden. [14] In de duinen werd in de loop der eeuwen tussen de zandkorrels boven de klei / veenlaag een voorraad zoet water opgeslagen. Vele valleien waren daardoor langdurig nat en stonden in de winter onder water. Door die grote waterrijkdom vond er in de duinen dan ook visserij, vogelarij en zwanerij plaats waarvoor de heren van Brederode het recht bezaten. Veel later leidde dit tot de Amsterdamse drinkwatervoorziening. [15] In de jaren 1851, 1852 en 1853 is, op initiatief van de van Lenneps, de Amsterdamse Waterleiding gerealiseerd. In december 1853 kon men in Amsterdam een emmer zuiver duinwater kopen voor één cent. In 1896 werd het particuliere bedrijf omgezet in de gemeentelijke waterleiding. Mijn moeder is in de Vogelenzang geboren in een boerderij bij een van de ingangen naar de Amsterdamse drinkwatervoorziening, tegenwoordig heet het de Oase. Na het begin van onze jaartelling raakten de strandwallen bebost met vooral beuken, eiken en iepen. Omstreeks 200 waren er dichte bossen tussen Katwijk en Haarlem. De Romeinse keizer Claudius sprak in zijn krijgsbrieven over ‘’de meedogenloze wouden tussen Sassenheim en Alkmaar’’. In de Romeinse tijd boden deze bossen een natuurlijke bescherming tegen de Romeinen. De groei van de
strandwallen eindigde in de Romeinse tijd. Eeuwen daarna vond er een
omslag plaats en kwam juist een afname van de kust op gang. Deze
belangrijke verandering vond plaats vanaf de tweede helft van de 10e
eeuw tot in de 13e eeuw langs de gehele kust, er waaiden door
een veranderend klimaat met een sterk toegenomen stormfrequentie grote
hoeveelheden zand op tot hoge duinen direct achter het strand.
[16]
Het stuifgeweld vormde duinen tot 40 meter boven NAP in een smalle
strook, enkele kilometers breed, vlak aan de kust. De zogenaamde
‘’Jonge Duinen’’ lagen voor een deel over de ‘’Oude Duinen’’. Bron : De Duin- en Bollenstreek in vogelvlucht, landschap, leven en werken omstreeks 1800, J.J.J.M. Beenakker, blz. 21. [16a] [16b][16c] Het landschap werd naast het klimaat ook door de mens ‘’geschapen’’. Men schat dat omstreeks het jaar 700 een aanvang is gemaakt met het egaliseren van de veen – en duingronden in de Bollenstreek door het rooien van de bomen en struiken in de bossen. En zo ontstonden de geestgronden. In deze periode ontstonden ook de eerste nederzettingen zoals Sassenheim en Lisse. [17] De kastelen in de Bollenstreek zoals Teylingen, Boekhorst, Brederode en ’t Huys Dever werden op strategische locaties gebouwd, namelijk aan het einde van een aftakking van een hoofd-strandwal met aan drie zijden drassig veen tegen de indringers. Van die hoofd-strandwallen is nu niet veel meer te ontdekken. [18] Ook werd door de mens ingegrepen in het landschap, omstreeks 700 is het rooien van de bomen in de bossen begonnen. De kleigebieden en delen van de zandgronden werden geschikt gemaakt voor de akkerbouw en de veeteelt. Vanaf ongeveer 1400 werden de veengebieden tussen de strandwallen door de mens ontgonnen, ontginning werd toen roding genoemd. [19] Een gerooid stuk bos werd ‘’rode’’ genoemd. De uitgang rode (of roede) bij plaatsnamen en namen van kastelen en buitenplaatsen herinnert daar nog aan, bijvoorbeeld Berkenrode in Heemstede, Tetterode in Bloemendaal en Boekenrode in Aerdenhout. De namen verwijzen soms naar de houtsoort die er groeide, bijvoorbeeld bij Boekenrode staat boeken voor beuken. Door de schaarse begroeiing, het hakken van hout en begrazing stoof het zand landinwaarts en bedekte het oude duinlandschap. Akkers, boerderijen, zelfs dorpen werden bedolven en bedreigd door zandstormen. Het stuifzand werd tot aan de huidige ringdijk van de Haarlemmermeerpolder aangetroffen en had een dikte van tien centimeter. In de kern van Hillegom werd het veen bedolven met twee meter zand. [20] Cornelis Claesz (gedoopt in 1660) koopt in 1683 een hofstede genaamd Marsenberg in Heemstede nadat de waarde in 50 jaar tijd gedaald was van 2650 gulden in 1634 tot 120 gulden ten gevolge van de zandverstuivingen. [21a] Reeds in de 14e eeuw had de duingebruiker door dat helm dé zandbinder bij uitstek is. De oudste vermelding van helmbeplanting dateert uit 1344, toen de Hollandse graaf aan de buren van zijn kasteel Aelbrechtsberg een vergoeding toekende voor het planten van helm. Halverwege de 12e eeuw is de monding van de Oude Rijn bij Katwijk geleidelijk door de verstuivingen verzand. Door de verzanding van deze en andere riviermonden vond er een overgang plaats van zilt water naar zoet water. De verzoeting van het water in combinatie met een vochtig en koel klimaat veroorzaakte een sterke veenvorming. Waar nu de Haarlemmermeerpolder is lag toen een veenlaag met een dikte van 4 tot 6 meter. Door de verzanding was een andere manier van afwatering noodzakelijk. Er werden dwars door de strandwallen watergangen gegraven, waarschijnlijk gebruikmakend van bestaande veenstroompjes. Zo werd het overtollige water afgevoerd naar de Haarlemmermeer. [21b] Het Mallegat bij de Engel (in Lisse) en de Hillegommer Beek zijn voorbeelden van afwateringen naar de Haarlemmermeer. [22] Omstreeks 1400 is er een centrale afwateringssloot gegraven, genaamd ‘’Schouwater’’, de latere Schulpvaart. Deze is later gebruikt bij de aanleg van de Leidse Vaart. [23a] De drie eeuwen tussen 1550 en 1850 waren kouder dan nu en weerkundigen spraken zelfs van ‘’de kleine ijstijd’’. Door de komst van deze kleine ijstijd kwamen de stuifgebieden In het midden van de 16e eeuw tot rust en de stuifgebieden raakten begroeid met ruig struikgewas en opschietend hout. [23b] De Kleine IJstijd ontleent zijn naam aan het feit dat de gemiddelde temperatuur ZOU zijn gedaald. Het is echter geen aaneengesloten lange koude periode geweest en op geen enkele wijze heeft het geleid tot de terugkeer van ijskappen in Nederland. Tijdens de Kleine IJstijd was de temperatuur op het noordelijk halfrond 0.4 tot 0.6 graden Celsius lager dan die van de recente halve eeuw. [24] Rond 1800 ging men de verstuiving tegen door bebossing van de duinen met dennen, sparren en loofbomen. In de omgeving van Aerdenhout en Bloemendaal kunnen we daar nu nog van genieten. Omstreeks 1800 zien we ten oosten van de binnenduinrand de ontgonnen gronden met weiden, losse akkers en tuinbouwgronden. Daartussen liggen bossen op langgerekte oude strandwallen van Noord naar Zuid. Het noorden van de streek was zeer bosrijk, bij Lisse begon een aaneengesloten gebied dat doorliep tot voorbij Hillegom. De akkers en tuinbouwgronden liggen op de oude strandwallen. De weiden liggen op de veengronden tussen de strandwallen en in poldertjes ten westen van de huidige Haarlemmermeer. De meeste polders waren in de loop van de 17e eeuw gesticht. Qua grondgebruik waren de weilanden duidelijk overheersend. Rond 1800 was nog weinig te ontdekken van de bollenteelt in de streek, vanaf 1830 begint de schaalvergroting van de bollenteelt. Op welke duinen
liggen nu de dorpen van de Bollenstreek ? Legenda : zwart-bruin : I t/m IV zijn de oude duinen, geel : strandvlakten met weteringen oranje : kleïïge afzettingen van de Noordzee in het westen en de Rijn in het oosten groen : ''Holland'veen'' rode stippellijn : de oostrand jonge duinen 1 Bennebroek Getekend door John van Schoor
[1] Bron :
Heemstede in de historie, Leven, werken, handel en koehandel [2] Bron : A. den Hoed, Inleiding voor het Kwartierstatenboek van 15 Hillegomse families [3] Bron : Holland Historisch Tijdschrift 2005-4, Buitendijks, L. Kooijmans [4] Bron : Lisse op de grens van droog en nat, J.J.J.M. Beenakker [5] Bron : De Duin- en Bollenstreek beschreven, J.J.J.M. Beenakker [6] Bron : De Duin- en Bollenstreek in vogelvlucht, landschap, leven en werken omstreeks 1800, J.J.J.M. Beenakker [7] Bron : De Duin- en Bollenstreek in caert gebracht, J.J.J.M. Beenakker [8] Bron : 750 jaar kerk in Hillegom, J.J.J.M. Beenakker [9] Bron : Hillegomse Geschiedenissen, A.M.Hulkenberg [10] Bron : ‘t Vermaaklijk Hillegom, A.M. Hulkenberg, uitgeverij Repro-Holland, Alphen a/d Rijn,1972 [11] Bron : Hillegomse Geschiedenissen, A.M.Hulkenberg [12a] Bron : A. den Hoed, Inleiding voor het Kwartierstatenboek van 15 Hillegomse families [12b] Bron : Wassergeest, natuurstudie door leden van de NJN en de KNNV Bollenstreek, 1996 [13] Bron : A. den Hoed, Inleiding voor het Kwartierstatenboek van 15 Hillegomse families
[14] Bron : Lezen
in het duin, Gert Baeyens en Jaap Duyve, [15] Bron : 150 jaar Noord-Holland en Zuid-Holland, 1990, Stichting Hollandse Historische Reeks, den Haag [16] Bron : Hillegomse Geschiedenissen, A.M.Hulkenberg
[16a]
Bron : Wassergeest te Lisse, R.J. Pex, Wassergeest te Lisse
door R.J. Pex, 2004, [16b] Bron : Rondom Dever (Lisse 1998), J.J.J.M. Beenakker e.a. (red.), p.29 [16c] Bron : Geschiedenis van Bloemendaal en Aerdenhout, Mr. C.W.D. Vrijland e.a. [17] Bron : De Duin- en Bollenstreek in vogelvlucht, landschap, leven en werken omstreeks 1800, J.J.J.M. Beenakker [18] Bron : Geschiedenis van Bloemendaal en Aerdenhout, Mr. C.W.D. Vrijland e.a.
[19] Bron : Lezen
in het duin, Gert Baeyens en Jaap Duyve,
[20] Bron : Oud
Rechterlijk Archief Haarlem , inv. nr. 1071
[21a] Bron : Lezen
in het duin, Gert Baeyens en Jaap Duyve, [21b] Bron : Blauwe ader van de Bollenstreek, 350 jaar Haarlemmertrekvaart-Leidsevaart 1657-2007 [22] Bron : Maarten van Bourgondiën, coördinator van de Genealogische Werkgroep van de Vereniging Oud Lisse [23a] Bron : Algemeen Dagblad [23b] Bron : Geschiedenis Magazine (voorheen Spiegel historiael) juli-augustus 2008 [24] Bron : Geschiedenis van Bloemendaal en Aerdenhout, Mr. C.W.D. Vrijland e.a.
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 10/31/10