|
||
zondag 25 april 2010 |
![]() ![]()
|
|
Van eerste bewoners tot dorpen
[1b]
[2]
[3]
[4]
[5]
[6]
[7]
[8]
Er is weinig bekend over de oudste bewoners van de streek, bij
opgravingen zijn sporen gevonden van menselijke aanwezigheid van
ongeveer 5000 jaar geleden. Het onherbergzame gebied trekt vissers en
jagers aan uit andere streken, die er alleen komen om voedsel te zoeken.
Er was toen slechts sprake van heel kleine nederzettingen van enkele
gezinnen. Er was ruilhandel tussen bewoners van Holland met bewoners van
Brabant, België, Rijnland en Drente. In de tijd van de hunebedbouwers
(circa 3500 v.Chr. tot circa 2800 v.Chr) woonden er in Nederland 10.000
mensen.
[9] Bij de voormalige buitenplaats Veenenburg, ten westen van de Heereweg op de grens van Lisse en Hillegom, zijn archeologische voorwerpen gevonden uit de periode 1800 tot 1500 v. Chr. Ze getuigen van menselijke bewoning, hoog en droog op de rand van de strandwal. Vermoedelijk waren het boeren, die de vochtige strandvlakte als akker – en weiland gebruikten. Omstreeks 25 v.Chr. arriveren in Nederland twee Germaanse stammen, de Batavieren en de Caninefaten. Beide stammen waren de Romeinen gunstig gezind, mogelijk zijn ze zelfs op uitnodiging van de Romeinen gekomen om als buffer te dienen. De Batavieren vestigden zich in het rivierengebied rond de Betuwe, de Caninefaten in Zuid-Holland. [10] In de Karolingische tijd (500-900) was er sprake van bewoning op de geestgronden achter de strandwallen en op de stroken rivierklei langs de riviermonden in Zuid-Holland, maar het overgrote deel van het gebied lijkt onbewoond geweest te zijn. Circa 500 n.Chr. begon de feitelijke bewoningsgeschiedenis, kolonisten kwamen overal vandaan op zoek naar bewoonbare, droge plekken om te wonen en een bestaan op te bouwen. Men kapte een stuk bos en ging gewassen telen. De huizen waren van hout met rieten daken, er was een woonruimte met haard, een stal en een voorraadruimte. De bewoners verbouwden tarwe, hadden een moestuintje, pluimvee, schapen, geiten, varkens, enkele koeien en misschien een paard. Ze weefden wollen stoffen en maakten zelf hun kleding. Van rondtrekkende kooplieden werd onder andere ijzer en zout gekocht. Waren mijn voorouders ook kolonisten ? Wie weet, Joost mag het weten ! Tussen 500 en 1000 zijn waarschijnlijk onder andere de nederzettingen Hillegom, Lisse en Sassenheim ontstaan. Deze nederzettingen zijn in 1200 uitgegroeid tot dorpen. [11] In de Romeinse tijd wordt onder andere Northgo (Noordwijk) genoemd. In oude oorkonden uit de 9e eeuw komen de namen Sassenheim en Heemstede voor. [1b] Bron : De Duin- en Bollenstreek in caert gebracht, J.J.J.M. Beenakker [2] Bron : 750 jaar kerk in Hillegom, J.J.J.M. Beenakker [3] Bron : Lisse op de grens van droog en nat, J.J.J.M. Beenakker [4] Bron : Hillegomse Geschiedenissen, A.M. Hulkenberg [5] Bron : ‘t Vermaaklijk Hillegom, A.M. Hulkenberg, uitgeverij Repro-Holland, Alphen a/d Rijn, 1972 [6] Bron : Heemstede in de historie, Leven, werken, handel en koehandel in de woonplaats van Emece, mr. JW Groesbeek [7] Bron : Kerken in 800 jaar Lisse, Ed Olivier [8] Bron : Holland Historisch Tijdschrift 2005-4, Buitendijks, L. Kooijmans
[9]
Bron : Lezen in het duin, Gert Baeyens en Jaap Duyve, [10] Bron : Holland Historisch Tijdschrift 2005-4, Boeren op het veen (1000-1500), W. Ettema
[11]
Bron : Lezen in het duin, Gert Baeyens en Jaap Duyve,
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 12/08/09